Dat de huidige federale regering – bestaande uit de partijen N-VA, CD&V, Open VLD en MR – het op onze leef- en werkomstandigheden gemunt heeft, is genoegzaam bekend. Haar eerste prioriteit is de verdediging van de belangen van grote bedrijven en kapitaalbezitters, en in die optiek moeten onze verworvenheden op de schop. Ze heeft daarvoor heel wat “besparingswerven” geopend, maar degene die het meest in het oog springt is de besparingsoperatie op onze pensioenen. En dan vooral door de hevigheid waarmee ze het mes zet in de perspectieven voor onze oude dag.

Op 19 december van vorig jaar betoogden 40.000 vakbondsmilitanten van ABVV, ACV en ACLVB door de straten van Brussel. Aanleiding zijn de plannen van minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) om vanaf 2025 een pensioensysteem op basis van punten in te voeren; een idee van Frank Vandenbroucke, pensioenexpert van de sp.a. Dit werd met zoveel woorden afgesproken in het regeerakkoord van de federale regering. Als dit systeem wordt ingevoerd, dan verzamel je doorheen je carrière punten op basis van je gewerkte jaren, zonder te weten wat een punt waard zal zijn tot het moment waarop je met pensioen gaat. Is er een economische crisis wanneer je op rust gaat? Krijgt de regering de begroting niet op orde? Is er een pensioengolf? Dit kunnen allemaal redenen zijn om de waarde van een punt naar beneden te herzien. Geen enkele garantie dus op een aanvaardbare levensstandaard tijdens de laatste jaren van je leven.

Vaak krijgen we de vraag: “Brengt actievoeren nog wel iets op?” Wel, de betoging waarvan sprake kan toch al een succes(je) voorleggen. Nog voor het jaareinde bleek er onenigheid over dit aspect van de pensioenhervorming. CD&V, bij monde van Kris Peeters, vindt het “niet evident” dat je pas op het einde van je loopbaan weet hoeveel je krijgt. Open VLD heeft zich gelijkaardig uitgelaten, en voor de N-VA staat het niet meer bovenaan het prioriteitenlijstje. Enkel de MR gunt het haar minister nog om deze pluim op zijn hoed te kunnen steken. Hoe dan ook wordt het moeilijk om onder dit gesternte een dergelijke drastische hervorming deze regeerperiode nog door het parlement te jagen.

Wel blijft het nog steeds zo dat de pensioenleeftijd tegen 2030 op 67 jaar komt te liggen en het vervroegd pensioen van 62 naar 63 jaar gaat. Dat vervroegde uittredingen (bv de SWT-regeling) stelselmatig worden afgebouwd, er nog geen akkoord is rond de lijst met zware beroepen, er geschrapt werd in gelijkgestelde periodes voor het pensioen, en de pensioenbonus voor wie langer werkt is afgeschaft. Het ABVV is van mening dat onze maatschappij rijk genoeg is om iedereen een zorgeloze oude dag te bezorgen. Concreet betekent dat het behoud van de pensioenleeftijd op 65 jaar met inbegrip van alle (voorheen) bestaande vervroegde uittredingssystemen, een wettelijk pensioen van 75% van het loon (met een minimum van 1.500 euro) en een specifieke regeling voor zware beroepen en belastend werk. Het puntensysteem mag niet passeren.

Uiteraard beseffen we dat dit mijlenver afstaat van de plannen van de politici die vandaag het beleid bepalen. Daarom zijn we van mening dat de leidingen van de vakbonden dringend met een actieplan moeten komen dat de regering in moeilijkheden brengt. Actie loont, nog van dat!

  • 2018: verdere achteruitgang van de uitstapmogelijkheden
  • SWT 33 jaar zwaar beroep / 20 jaar nachtdienst: instapleeftijd van 58 naar 59 jaar
  • SWT 35 jaar zwaar beroep: Instapleeftijd van 58 naar 59 jaar
  • SWT loopbaan 40 jaar: Instapleeftijd van 58 naar 59 jaar
  • Vervroegd pensioen: Instapleeftijd van 62.5 naar 63 jaar

Leave a comment.

Your email address will not be published. Required fields are marked*